Een berooid blondje richt zich ten einde raad tot het opperwezen; "Oh god de vader, als ik niet snel aan geld kom raak ik alles kwijt. Laat me alsjeblieft de loterij winnen."
Een paar weken later vindt de grote trekking plaats, maar ons blondje wint niets. Ze bidt nog harder; "Oh god, waarom heb je me verlaten? Mijn kinderen zijn stervende. Laat me alsjeblieft toch een keer de hoofdprijs winnen."
De volgende trekking: weer niets, ze wint geen cent.
In een laatste wanhoopspoging roept ze hard naar boven; "Oh god, ben ik zo slecht geweest? Wat moet ik doen, ik ben ten einde raad."
Plots wordt ze verblind door een helder licht en ze hoort een galmende zware stem zeggen; "Schatje, even opletten: koop nu eerst eens een lot!"